observatoirecitoyen.be

Observeren, Analyseren, Sensibiliseren

Murray Bookchin: Naar een libertaire eco-gemeenschap December 28, 2014

Murray Bookchin werd door een bekende Amerikaanse eko-historikus omschreven als ’de veteraan uit de loopgraven van de radikale Amerikaanse milieutheorie’.

In het Nederlandse taalgebied is Bookchin echter nauwelijks bekend: van het dozijn boeken van zijn hand verscheen er tot nog toe geen enkel in Nederlandse vertaling. Alleen het gedegen maar weinig gelezen tijdschrift De As brengt regelmatig vertalingen van zijn belangrijkste essays. Hoe valt deze relatieve onbekendheid te verklaren? Een korte blik op Bookchins geëngageerde loopbaan licht een tip van de sluier. Hij wordt in 1921 in de New Yorkse Bronx geboren als telg uit een politiek bewuste joods-Russische immigrantenfamilie. Reeds op heel jeugdige leeftijd wordt hij lid van de kommunistische jeugdorganisatie waarmee hij echter breekt uit onvrede met de Stalinistische machinaties tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Zijn kontakten met Duitse politieke vluchtelin-gen en de integratie van de Amerikaanse arbeidersklasse in het kapitalistische marktsysteem, knagen steeds verder zijn marxistische overtuiging aan. Lektuur van progressieve maar niet-marxistische auteurs als Albert Camus, Martin Buber en Herbert Read en zijn heropgenomen studie van de ekologie effenen voor hem het pad naar het libertaire socialisme (een socialisme dat een minimale staatsstruktuur noodzakelijk acht, maar anderzijds de anarchistische opvatting deelt dat mensen spontaan geneigd zijn hun gemeenschappelijke belangen te behartigen door zich op vrijwillige basis met elkaar te verenigen). In het midden van de zestiger jaren verwerft Bookchin zijn eerste nationale bekendheid als woordvoerder van de anarchistische fraktie binnen de overkoepelende Amerikaanse studentenorganisatie SDS waar hij -tevergeefs overigens- de jongerenkontestatie voor de marxistisch-leninistische dogmatisering poogt te behoeden. In de jaren dus dat een enorm gesimplifieerd, archaïsch en aktionistisch marxisme de Amerikaanse (en Europese) universiteiten begint te overspoelen pleit Bookchin voor een eerherstel van de libertaire gedachte (die in het midden van de 19de eeuw belichaamd werd in de persoon van Michael Bakoenin, tijdgenoot en ideologisch tegenstrever van Karl Marx). Zulk een poging was niet van aard om door dogmatisch verblinde geesten entoesiast onthaald te worden.

Anderzijds zit Bookchin niet verlegen om radikale standpunten te verkondigen in materies die als hete maatschappelijke hangijzers plegen omschreven te worden. Niet bepaald een manier van optreden die erg geliefd is bij leden van het akademisch establishment dat er prioritair om bekommerd is de subsidiekraan lopende te houden. Zo neemt hij reeds in 1962 (in een boek met de titel ’Our synthetic Environment’) de nog prille konsumptiemaatschappij op de korrel met verwijzing naar de alarmerende toename van een aantal beschavingsziekten (kanker, hart, longen,…), de sterk verminderde kwaliteit van het geproduceerde voedsel, de schadelijke effekten van nukleaire straling, enz. In het slothoofdstuk pleit hij voor een ontmanteling van de onbeheersbaar geworden grootschalige strukturen en een eerherstel van de Atheense polis of de Renaissancistische stadstaat waarvan de bewoners nooit ver van het bebouwde land en de natuur verwijderd waren.

Tenslotte poogde Bookchin zijn maatschappelijk engagement steeds opnieuw in konkrete organisatiemodellen te gieten. Zo lag hij enkele jaren geleden nog aan de basis van de oprich-ting van het Left Green Network, een linkse tendensgroep binnen de Green Party-USA, die ijvert (in analogie met de ondertussen van het poli-tieke toneel verdwenen Duitse funda-mentalistische ’Grünen’) voor een basisgerichte ’anti-partij partij’ en tegen de ’rea-listische’ verleiding van de groene partij om zich als een klassieke ’derde macht’ (tussen demo-kraten en republikeinen) te profileren. Inhoudelijk verwerpt de tendensgroep het platte milieu-reformisme (dat meent een groene maatschappij te kunnen totstandbrengen door wat markt-bijsturing gekombineerd met nieuwe milieutechnologieën) en de in de angelsaksische wereld sterk ontwik-kelde neiging tot ’ekologisch mysticisme’(dat bewustzijnsverruiming -en verdie-ping als prioritaire voorwaar-de ziet om paal en perk te stel-len aan de ekologische teloor-gang van de Aarde). Bookchin schuwt dus geen recht-voor-de-raapse politieke stellingnamen ook als deze een niet gering aantal spraakmakers van de alter-na-tieve scène voor het hoofd stoten.

Een ander natuurbeeld

Volgens Bookchin bevinden we ons temidden van een katastrofale ekologische en maatschappelijke krisis die zowel het voortbe-staan van de mensheid als van andere, geavanceerde levensvor-men op het spel zet. Als hoofdschuldige wijst hij de ’konkur-rentiële marktgeest’ aan die alles en iedereen tot handelsob-jekten verlaagt. Tegelijkertijd richt hij echter een beschul-digende vinger naar de alomaanwezige onderhuidse ’overheer-singsmentaliteit’ die eeuwenlang gekultiveerd werd om de onderdrukking van mens én natuur te rechtvaardigen. Hoeksteen van deze ingesteldheid is de voorstelling van de natuur als zijnde ’blind’, ’vrekkig’, ’wreed’, kortom de natuur als ’sfeer van de noodzaak’ die haaks staat op het menselijk streven naar vrijheid en zelfverwezenlijking. In zijn relatie met de natuur ziet de mens zich dus gekonfronteerd met een vijandige ’andersheid’ die hij alleen de baas kan via ’list & harde labeur’. Marx kan in dit opzicht beschouwd worden als een typische representant van het moderne denken: ook hij vat de natuur op als een vijandige sfeer waaruit de mens zich dankzij zijn arbeid en technisch instrumentarium kan losrukken (=fase van het primitieve kommunisme); dit gaat echter ten koste van het ontstaan van produktieverhoudingen die onder-drukking en uitbuiting veroorzaken (de kapitalistische produk-tieverhoudingen vormen daarin de laatste fase); de door het kapitalisme ontwikkelde produktiekrachten liggen aan de basis van een materiële overvloed die een geavanceerd kommunisme (waarin de uitbuiting van de ene mens door de andere en de overheersing van de mens door de natuur definitief uitgebannen zijn) mogelijk maken. Onderdrukkende verhoudingen tussen mensen kunnen op die manier uitgelegd worden als een techni-sche vereiste om de mensheid los te rukken uit het juk van de natuurlijke noodzaak.

Bookchin benadrukt de noodwendigheid van een ander natuur-beeld, nl. de natuur ’als een differentiërend proces waarin toenemend komplexe organismen opkomen uit relatief eenvoudi-ge – een proces waarin het leven, globaal genomen, steeds komplexer wordt, neurologisch soepelder en meer gedifferen-tieerd (…)’. In de natuur is er een immanente stuwkracht, een latente ontwikkelingslogika of dialektiek aanwezig die de materie stuurt in de richting van differentiatie en komplexi-fikatie. Menselijke wezens vormen een geavanceerd stadium in dit natuurlijke continuum waarin ook de anorganische materie en de flora en fauna hun plaats hebben. Maar de natuur heeft de mensheid ook uitgerust met vermogens die haar in staat stellen diepgaand in te grijpen in de natuur en deze doelbe-wust te veranderen: de mens is ’van’ de natuur maar hij kan zich ook ’tegenover’ haar plaatsen. Bookchin omschrijft de mensheid als een ’tweede natuur’ om zowel de wezensverwant-schap als het kwalitatieve onderscheid met de pre-menselijke natuur (de ’eerste natuur’) in de verf te zetten. Hij pleit voor de ontwikkeling van een dialektische rationaliteit en een ethiek van de komplementariteit die juist de menselijke sensi-biliteit voor dit samengaan van identiteit/onderscheid moeten aanscherpen.

Categories: Uncategorized