observatoirecitoyen.be

Observeren, Analyseren, Sensibiliseren

Bestaat er nog een revolutionair subjekt? April 2, 2015

Wie zal deze eko-anarchistische utopie verwezenlijken? Book-chin ontkent de sociologische realiteit van de arbeidersklasse niet (hij is er zelf een produkt van!), maar hij deelt geens-zins Marx’ doodgravers-verwachtingen t.a.v. het proletariaat. Zelfs in het ’tijdperk van de revoluties’ werd het voortouw niet geno-men door de klassieke arbeidersklasse maar wel door geproleta-riseerde ambachtslui en van hun land verdreven boeren wier kulturele waarden, sociale achtergrond en werkritme haaks stonden op het nieuwe fabriekssysteem en stedelijk leefmilieu en het was de botsing tussen deze twee werelden die de voe-dingsbodem vormde van hun politiek radikalisme. Het hedendaagse revolutionaire subjekt heeft echter geen klassebasis meer: het is samengesteld uit individuen en groepen die overhoop liggen met de gevestigde instituties, sociale normen, waarden en levensstijl vertonen. Als katalysator van de revoluti-onaire beweging, die elke uiting van machtson-gelijkheid op de korrel neemt, is er volgens Bookchin nood aan een ’welbewuste, goed georganiseerde en programmatisch konsis-tente libertaire beweging’. In het achterhoofd houdend dat elke revolutionaire organisatie, net als om het even welke andere instelling, de neiging vertoont zichzelf onontbeerlijk te maken, moeten libertaire revolutio-nairen streven naar machtsontbinding i.p.v. naar machtsovername (waarbij de eigen organisatie van dit streven niet kan uitgezonderd worden). ’Libertairen’ zijn er zich van bewust dat zij, niet minder dan de andere mensen, belichamingen zijn van het Westerse ego dat, zeker in zijn mannelijke vorm, een ego van toeëigening en manipulatie van externe mensen en dingen is. Bookchin noemt de knooppunten in het netwerk van de revolutionaire beweging dan ook ’affiniteitsgroepen’ waarbinnen relaties gekultiveerd worden die het politiek-funktioneel nivo overstijgen en die een voorafspiegeling zijn van de nagestreefde maatschappelijke bevrijding.

De weg naar de verandering

Veel van het revolutionaire potentieel van de post-68 jaren werd in de tachtiger jaren organisatorisch samengebracht en uitgedrukt door de groene partijen. Omdat deze echter ’revolutionair’ willen zijn zonder in een ongewis avontuur te stappen, gebruikten ze het oude vertrouwde instrument van het parlement als hefboom voor de groene revolutie. Wie echter een historische parallel wil trekken met de lotgevallen van de sociaal-demokratie in het begin van deze eeuw weet dat het parlementaire werk de revolutionaire angel uit om het even welke poli-tieke doktrine verwijdert. Bookchin vreest vooral de professionalise-ring van de politiek waarbij maatschappelijk belangrijke vraagstukken beslecht zullen worden door beroepspolitici in de besloten ruimtes van partijcenakels, de lobby-kanalen van de diverse belangengroepen en het parlementaire halfrond, ver verwijderd van de burger over wiens toekomst nochtans be-slist wordt. Hij gaat daarom op zoek naar een nieuwe ’openbare ruimte’, waarbinnen burgers zich ongedwongen kunnen onderhouden over aangelegenheden van openbaar belang en de funktie van vertegenwoordiger veel gemakkelijker struktureel ondergeschikt gemaakt kan worden aan de besluitvormingsprocedures en de kontrole van de basis. Die nieuwe openbare ruimte ziet Bookchin realiseerbaar in de ’vrije gemeente’, geworteld in de buurtschappen, stadswijken en dorpen. Binnen dat kader pleit hij voor de geleidelijke uitbouw van een duale machtsstruktuur waarin de geïnstitutionaliseerde macht van de basis beetje bij beetje het gezag van de gecentraliseerde en geburokratiseerde nationale staat uitholt en ondermijnt. Daarbij zou gebruik moeten gemaakt worden van de manoeuvreerruimte die geboden wordt door het bestaande wettelijke en institutionele kader. Eens dat het draagvlak en de slagkracht van de beweging voldoende is uitgebouwd kan gedacht worden aan een meer offensieve houding waarbij gestreden wordt voor het in een wettelijk kader gieten van verregaande vormen van basisdemokratie. Bookchins revolutionaire strategie wil een werk van lange adem zijn, waarin revolutionaire oprispingen niet zullen ontbreken, zonder echter van doorslaggevende politiek-militaire betekenis te zijn (’het systeem moet vallen, niet vechten’).

Categories: Uncategorized